
EN442
Publicaties Links naar anderen
|
 |
De nieuwe
norm
De
berekeningsmethode
Uniforme regels voor
Europa
Voor meer
informatie
EN442:
de nieuwe norm voor radiatoren en convectoren Met
ingang van 1 januari 2002 wordt in Belgik, Nederland en Luxemburg
een nieuwe norm voor het meten van de warmte-afgifte van
verwarmingslichamen ingevoerd. De nieuwe norm, de EN442, maakt een
einde aan de verschillende normen, die de laatste jaren in de
Benelux-landen werden gehanteerd. In de meeste Europese landen wordt
al enkele jaren volgens de EN442 gemeten en gepubliceerd. Belgik,
Nederland en Luxemburg sluiten zich per 1 januari 2002 bij deze norm
aan, zodat er in heel Europa iin uniforme methode voor de bepaling
van de warmte-afgifte van radiatoren en convectoren wordt
gebruikt.
De
EN442 is van belang voor warm water radiatoren en convectoren, die
in centrale verwarmingssystemen gebruikt worden. Het vermogen van
radiatoren is namelijk iin van de belangrijkste parameters voor de
berekening van een centrale verwarmingsinstallatie. In de
ontwerpfase van een installatie worden de warmte-afgiftecijfers
gebruikt om er zeker van te zijn, dat de gekozen verwarmingslichamen
toereikend zijn voor de benodigde warmtebehoefte in een bepaalde
ruimte. Voor de markt is de warmte-afgifte daarnaast een goed
hulpmiddel om de Wattprijs te kunnen inschatten. De consument zal
overigens weinig van de invoering van de nieuwe norm merken. Alleen
de temperatuur van de verwarmingslichamen zelf wordt lager. Dat is
niet alleen veiliger en aangenamer, maar het gebruik van een lagere
temperatuur is bovendien energiezuinig en milieuvriendelijk.
De nieuwe norm meet de warmte-afgifte bij een
aanvoertemperatuur van 750C; een retourtemperatuur van 650C en een
ruimtetemperatuur van 200C. Dat betekent een zogenaamde
overtemperatuur (het gemiddelde temperatuursverschil tussen het
verwarmingslichaam en de omgeving) van 50 graden. Voorheen was dat
60 graden.
De nieuwe catalogi en technische publicaties van
de fabrikanten van verwarmingslichamen in de Benelux, die door
ontwerpers en installateurs van verwarmingsinstallaties gebruikt
worden, zijn met ingang van het najaar van 2001 al op de nieuwe
normen gebaseerd. Ook de toonaangevende fabrikanten van
designradiatoren stappen over op de nieuwe norm.
De nieuwe
berekeningsmethode De fysieke eigenschappen van
verwarmingslichamen veranderen door de nieuwe norm uiteraard niet.
Door de nieuwe normtemperatuur van 75:/65:/20: volgens de EN442
veranderen echter wel de gepubliceerde warmte-afgiftecijfers. De
veranderingen als gevolg van de nieuwe norm komen tot uiting in de
T,
waarmee het gemiddelde verschil tussen de watertemperatuur in de
radiator en de lucht er omheen wordt aangegeven.
Radiatoren
geven een verschillend vermogen af, afhankelijk van de aanvoer- en
retourtemperatuur. De T wordt berekend
door het rekenkundige verschil tussen de aanvoer- en
retourtemperatuur van het warme water in de verwarming en de lucht
er omheen. Als standaard gold doorgaans een T60, waarbij de
warmte-afgifte werd gemeten bij een aanvoertemperatuur van 900C; een
retourtemperatuur van 700C en een ruimtetemperatuur van 200C. Dat
betekende een overtemperatuur van 60 graden. De EN442, die op 1
januari 2002 van kracht wordt, definieert het nominale vermogen als
de warmte-afgifte van een radiator met een T50. De
normtemperaturen volgens de EN442 zijn een aanvoertemperatuur van
750C, een retourtemperatuur van 650C, een ruimtetemperatuur van 200C
en een nieuwe overtemperatuur van 50 graden.
(750 + 650) - 200= 700 - 200 = 50 graden
2
Catalogi Ontwerpers van installaties en
installateurs hebben technische catalogi van de fabrikanten tot hun
beschikking, waarin het vermogen van de bestaande typen aangegeven
staat. Met de inwerkingtreding van de EN442 moeten niet alleen alle
metingen volgens de Europese norm uitgevoerd worden, maar moeten ook
alle aanduidingen in de catalogi en in technische publicaties vanaf
die tijd op de nieuw norm gebaseerd zijn. De fabrikanten van
warm water radiatoren en convectoren in de Benelux-landen zullen in
hun nieuwe catalogi, die in de tweede helft van 2001 verschijnen, al
overstappen op de nieuwe norm.
Andere
temperaturen
In
de praktijk wordt er natuurlijk ook met andere temperaturen dan
75/65/20 gewerkt. Om de warmte-afgifte van radiatoren en convectoren
bij andere temperaturen te bepalen, moet er van de temperatuur, die
voor de norm gebruikt is, naar de warmte-afgifte voor de werkelijke
temperatuur omgerekend worden. Deze andere waarden worden door de
fabrikanten van paneelradiatoren bepaald door de normafgiftes
lineair om te rekenen met een vaste, gemiddelde n-factor van 1,3.
Voor deze omrekenmethode is gekozen omwille van eenvoud en
vergelijkbaarheid. In de praktijk is deze omrekenmethode doorgaans
goed bruikbaar. Voor een nauwkeurige bepaling van de afgifte bij
andere temperaturen verwijzen de fabrikanten naar ISSO-publicatie
66: 'Vermogen van radiatoren en convectoren in praktijksituaties'.
Indien de aanvoertemperatuur van het gewenste temperatuurregime
lager is dan 50 graden Celsius of als het verschil tussen aanvoer-
en retourtemperatuur groter is dan 20 graden (dit laatste is
doorgaans het geval bij stadsverwarming) adviseert ISSO, om voor het
omrekenen naar andere temperatuurregimes gebruik te maken van de
'radiatorgrafiek'. Daarnaast voorziet ISSO 66 in een correctie van
het vermogen onder niet-genormeerde opstellingen; bijvoorbeeld onder
vensterbanken, in nissen en achter aftimmeringen. In Belgik zal
het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf
(WTCB) eind van het jaar een publicatie over afwijkende temperaturen
verzorgen.
Voor convectoren en designradiatoren gelden
overigens andere n-waarden. Die worden door de fabrikanten in hun
catalogi vermeld.
Proefopstelling Door de introductie
van de EN442 worden uniforme eisen gesteld aan proefopstellingen
voor het meten van de warmte-afgifte en voor de bepaling van andere
kwaliteitskenmerken van verwarmingslichamen. In heel Europa bestaat
er met ingang van 1 januari 2002 nog maar iin geldige meetmethode.
Het meten van de warmte-afgifte door een warm water radiator gebeurt
nu door de radiator te plaatsen in een gesloten, standaard
testcabine van 4 x 4 x 3 meter. De radiator wordt vrij langs een
wand opgesteld. Alle wanden van de cabine -behalve de wand achter de
radiator- worden met behulp van water zodanig gekoeld, dat de
temperatuur in de cabine constant 20 graden Celsius bedraagt. De
radiator wordt verwarmd door water met een standaard
aanvoertemperatuur van 75 graden en een retourtemperatuur van 65
graden.
Meer
duidelijkheid door uniforme regels De nieuwe
Europese norm, de EN442, maakt een einde aan de verschillende
meetgegevens in de Europese landen. Elke fabrikant moest namelijk
-als hij zijn producten in meerdere Europese landen op de markt
wilde brengen- de verwarmingslichamen volgens de nationale normen
laten meten. Omdat in elk land verschillende normen en
testopstellingen gebruikt werden, waren de uitkomsten onderling
haast niet te vergelijken. Van iin type verwarmingslichaam bestonden
er hierdoor verschillende warmte-afgiftecijfers.
Standaardisatie Door de eenwording
van de Europese markt werd het noodzakelijk, om gemeenschappelijke
standaards te ontwikkelen voor alle landen. In het begin van de
jaren negentig heeft het CEN (Comiti Europien de Normalisation) de
aanzet gegeven tot een Europese standaardisatie in de
verwarmingsbranche. In het CEN zijn de nationale instituten voor
normalisatie/standaardisatie van diverse landen vertegenwoordigd.
Voor de Benelux zijn dat het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN)
in Delft, het Belgisch Instituut voor Normalisatie (BIN) in Brussel
en de Service de l'Energie de l'Etat (SEE) van het Organisme
Luxembourgeois de Normalisation in Luxemburg. Binnen de CEN heeft
men voor verwarmingslichamen de Europese norm 442 (kortweg EN442)
vastgesteld. Deze vervangt de oude normen als de NBN236, de NBN
D13-001 en de DIN 4704. De EN442 is in 1997 in Europees verband
officieel bekrachtigd en de afgelopen jaren al in achttien Europese
landen ingevoerd, al dan niet omgeven door een wettelijk kader. Ook
de testlaboratoria voor verwarmingslichamen zijn in de verschillende
landen aan de nieuwe norm aangepast en geijkt. Door de
certificerende instituten wordt erop toegezien, dat
afgiftepublicaties daadwerkelijk volgens de EN442
plaatsvinden.
Nieuwe normtemperatuur Daarnaast
ontstond er behoefte aan een nieuwe rekentemperatuur, omdat er
bijvoorbeeld voor lagere temperaturen al steeds vaker van het 'oude'
regime van 90/70/20 afgeweken werd. Ook de waarden 80/60/20,
90/50/20, 70/55/20 en 55/45/20 werden gebruikt. Omdat er geen
eenduidig regime meer was, moest er bijna per definitie omgerekend
worden. Mede daarom is gekozen voor de daadwerkelijke
normtemperatuur 75/65/20. Dit betekent natuurlijk niet, dat alle
installaties conform deze normtemperatuur ontworpen moeten worden.
Met de nieuwe normtemperatuur 75/65/20 sluiten Belgik, Nederland en
Luxemburg zich aan bij de internationale afspraken en komt er
uniformiteit in de publicatie van de afgiftecijfers door de
fabrikanten. Overigens gaan ook de toonaangevende fabrikanten van
design radiatoren en convectoren het nieuwe temperatuurregime
gebruiken.
De nieuwe Europese norm maakt een eind aan de
onderlinge verschillen in de meting van de warmte-afgifte. Door in
heel Europa een uniforme meetmethode voor het vermogen van
verwarmingslichamen te gebruiken, gelden binnen de productcategorie
dezelfde meetwaarden en is een goede, onderlinge vergelijking van de
verschillende verwarmingslichamen mogelijk. Technische
handelsbelemmeringen vallen daardoor weg en eerlijke concurrentie in
Europees verband is gewaarborgd. Centrale
verwarmingsinstallaties vallen binnenkort bovendien onder de
Europese richtlijn voor Bouwproducten. De fabrikanten van radiatoren
en convectoren zijn straks verplicht om ervoor te zorgen dat hun
producten aan deze richtlijn voldoen. Dat kunnen ze realiseren door
gebruik te maken van de nieuwe EN442, want daarnaar verwijst de
richtlijn Bouwproducten. De producten, die aan de norm voldoen,
mogen voorzien worden van een CE-markering, zodat de consument weet,
dat de betreffende verwarmingslichamen aan de Europese eisen
voldoen.
Voor meer
informatie Meer informatie over de nieuwe norm is
te vinden op de websites van het Europese Comiti voor Normalisatie
(CEN) en de nationale normeringsinstituten, het Nederlands
Normalisatie-instituut (NEN) in Nederland, het Belgisch Instituut
voor Normalisatie (BIN) in Belgik en het Organisme Luxembourgeois de
Normalisation in Luxemburg. Via de websites van de NEN (http://www.nen.nl/) en het BIN (http://www.bin.be/) kunnen de
volledige teksten van de norm aanvraagd worden.
Er zijn vier
publicaties beschikbaar:
- NBN/NEN-EN442-1:1996 EN
Radiatoren en convectoren - Deel 1:
Technische specificaties en eisen (Engels- of Franstalig, 24
Euro).
- NBN/NEN-EN442-2: 1996 EN
Radiatoren en convectoren - Deel
2: Beproevingsmethoden en opgave van de prestatie (Engels- of
Franstalig, 62,50 Euro).
- NBN/NEN-EN442-2:1996/A1:2000 EN
Radiatoren en convectoren -
Deel 2: Beproevingsmethoden en opgave van de prestatie (Engels- of
Franstalig, 7 Euro).
- NBN/NEN-EN442-3: 1997 EN
Radiatoren en convectoren - Deel
3: Conformiteitsbeoordeling (Engels- of Franstalig, 24
Euro). Voor het omrekenen naar andere
temperatuurregimes kunnen de ISSO-publicaties gebruikt worden. Zij
kunnen besteld worden bij het ISSO (http://www.isso.nl/ of telefoon: 010-
2065969):
- ISSO-Publicatie 66:
Het vermogen van radiatoren en
convectoren in praktijksituaties. (Nederlandstalig, 45 Euro).
- ISSO-Researchrapport 14:
Vermogensbepaling met
radiatorgrafieken. (Nederlandstalig, 30 Euro).
- ISSO-publicatie 1:
Vermogen van radiatoren en convectoren
bij niet-genormeerde opstelling. (Nederlandstalig, 60 Euro).
- ISSO-publicatie 50:
Ontwerptechnische kwaliteitseisen en
richtlijnen voor warmwaterverwarmingsinstallaties met hoge en/of
lage temperaturen in woningen en woongebouwen. (Nederlandstalig,
70
Euro).
Terug naar LT-pagina Nos Noordegraaf
| |